orkestfoto

Juni 2015

Groningen, Berlijn, Moskou, Parijs 1923

Daniël Ruyneman – Musica per una festa

Darius Milhaud – Le boeuf sur le toit

Aleksandr Mosolov – De IJzergieterij

Kurt Weill – Symfonie No. 2

Dit concert is een activiteit rond de Hendrik Werkman-tentoonstelling in het Groninger Museum. KamerFilharmonie Der Aa speelt muziek uit Berlijn, Parijs, Moskou en Groningen omdat de expressionistische kunstenaar Werkman in zijn manifest Groningen Berlijn Moskou Parijs 1923 stelde dat het Groninger culturele leven vergelijkbaar was met de ontwikkelingen aldaar.

De AVRO had in 1936 een competitie georganiseerd om amuserende muziek te verwerven. 10 componisten, waaronder de G.S.M.G. Bragi-dirigenten Bertus van Lier en Daniël Ruyneman, namen hieraan deel. Ruyneman, redactielid van Blad voor Kunst dat Werkman in 1921/1922 uitgaf, schreef Divertissement “Pour grand orchestre symphonique” met als ondertitel “Une fête à Hilversum”. In 1953 herschreef hij Divertissement en noemde dit “Musica per una festa Olandese”, met uitgebreide hout- en koperblazersbezetting. Waarschijnlijk is dit werk sinds de première niet meer uitgevoerd.

G.S.M.G. Bragi voerde in 1925 in de Groninger Stadsschouwburg onder leiding van Ruyneman de Nederlandse première van het surrealistische ballet Le Bouef sur le Toit van Darius Milhaud uit, later speelden zij ook de enige uitvoering ooit van Protéé van Milhaud in diens aanwezigheid. Le Bouef sur le Toit was in 1919 in Parijs geschreven. Het openingsrondothema in de kamerorkestsuite heeft Milhaud zelf bedacht en komt nadien 14 keer terug. Tussendoor verwerkt hij 34 melodieën uit 28 voornamelijk Braziliaanse liederen. De tonaliteit verandert systematisch (majeur, mineur, kleine terts hoger), waarbij bij elk vierde rondothema de toonsoort een hele toon daalt: C, c, Es, es, Ges, fis, A, G, g, Bes, bes, Des, cis, E, D, d, F, f, As, as/gis, B, A, C. Het rondothema wordt in alle majeur toonsoorten gespeeld.

IJzergieterij is deel van het nooit uitgevoerde futuristische ballet Staal. Aleksandr Mosolov verklankt in 1926-1927 in dit deel een mechanisch systeem. De werkelijke titel luidde daarom Fabriek: Machinemuziek. Mosolov verwerkte de balletmuziek tot een vierdelige orkestsuite. Die suite ging 4 december 1927 in première. De overige drie delen zijn nadien verloren gegaan.

Kurt Weill schreef alleen het eerste deel (in het manuscript Sonate genaamd) van de Tweede symfonie in Berlijn. Nadat Hitler in januari 1933 Reichskanzler werd, vertrok Weill naar Louveciennes nabij Parijs. Het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Bruno Walter bracht op 11 oktober 1934 de première, de symfonie heette toen Symfonische Fantasie. Het heeft de typische satirische en nostalgische klank van Weill. Weill schreef zelf een programmatoelichting: Der erste Satz stellt eine reine Sonatenform dar, nur dass sogenannte “Durchführung“ nicht aus dem Material des Haupt- und Seitenthemas, sondern aus eigenem Material gespeist wird. Den zweiten Satz könnte man etwa „Cortège“ überschreiben. Er baut sich, in einem durchgehenden langsamen Viervierveltakt, über einem rhythmischen und einem melodischen Thema auf. Der letzte Satz ist ein Rondo, das als zweiten Zwischensatz einen Marsch für Bläser allein enthalt und am Schluss in eine Stretta in Tarantellenform einmündet. […] Ueber den “Inhalt” des Werkes etwas zu sagen, ist mir nicht möglich, da es als reine musikalische Form konzipiert wurde. Vielleicht ist das Wort einer Pariser Freundin richtig, die meinte, wenn es ein Wort gäbe, das das Gegenteil von “Pastorale“ ausdrückt, so wäre das der Titel dieser Musik. Ich weiss es nicht.


Kijk in de concertagenda voor meer informatie over de concerten.


Dit programma is mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van:
VSB Fonds Beringer Hazewinkel
GemeenteGroningen Kunstraad Groningen
Büchli Fest-Meijer Fonds

'Gasten-inlogpagina' Naar boven Over de website