orkestfoto

Oorlogsherinneringen - Mei 2014

Kan er iets moois voortkomen uit iets lelijks? In ‘Oorlogsherinneringen’ zal KamerFilharmonie Der Aa laten horen hoe Joseph Haydn en Dmitri Sjostakovitsj de impact van oorlog op hun samenleving muzikaal tot uitdrukking brachten. Sjostakovitsj heeft in zijn drie oorlogssymfonieën de dramatische gevolgen van het Oostfront van de Tweede Wereldoorlog verklankt. Stalin en diens entourage waren nadien furieus dat Sjostakovitsj de overwinning van de Sovjet-Unie op Nazi-Duitsland niet bezong. Met zijn Tiende symfonie werd hij (voor de tweede maal) gerehabiliteerd, terwijl hij mogelijk postuum Stalin wederom bekritiseerde. Joseph Haydn maakte de Habsburgs-Ottomaanse-oorlogen mee. Hoewel deze meestal in het voordeel van de Habsburgers uitvielen, riepen de oorlogen ook bewondering voor de Turken en hun leefwijze op. In Haydns Militaire symfonie, die hij kort na de laatste Habsburgs-Ottomaanse-oorlog schreef, gebruikte Haydn tweemaal slagwerk “Alla turca”, dat wil zeggen de grote trom en bekkens zoals die ook in oude Turkse legermuziek (Mehter Marsi) worden gebruikt. Binnen de Europese “Alla turca”-traditie werden daar triangels aan toegevoegd.

Symfonie No. 100 ‘Militaire’, Joseph Haydn (1732 – 1809)
Another new Symphony, by Haydn, was performed for the second time; and the middle movement was again received with absolute shouts of applause. Encore! encore! encore! resounded from every seat: the Ladies themselves could not forbear. It is the advancing to battle; and the march of men, the sounding of the charge, the thundering of the onset, the clash of arms, the groans of the wounded, and what may well be called the hellish roar of war increase to a climax of horrid sublimity! which, if others can conceive, he alone can execute; at least, he alone hitherto has affected these wonders.
Recensie in de Londense krant The Morning Chronicle een week na de tweede uitvoering.

1. Adagio; Allegro, 2/2
2. Allegretto, 2/2 in C major
3. Menuetto: Moderato, ¾
4. Presto, 6/8

Wenen werd door haar bourgeoisie achtergelaten nadat de laatste en succesvolle Habsburgs-Oostenrijkse-oorlog met een voor de Habsburgers teleurstellend vredesverdrag werd beëindigd. Tegelijkertijd waren het dezelfde burgers die zich toen al een tijd vergaapten aan oriëntalistische invloeden. Dat heeft Joseph Haydn gesignaleerd en hij heeft zowel in zijn opera L’incontrol improvviso uit 1775 als in zijn 100e symfonie in het tweede en vierde deel “Alla turca” elementen opgenomen. Deze “Alla turca” was afgeleid van de Mehter Marsi. Dit is oude Turkse legermuziek die nog steeds gebruikt wordt om de krijgsmacht te steunen. Binnen de Turkse rite worden een grote trom (Küvrük-Kös), gewone trommen (Tomruk-Davul), cimbalen (ceng-zil), een bellenboom (Hilal) gebruikt, naast een aantal blaasinstrumenten zoals de zurna, bazuinen en trompetten.

De Militaire symfonie van Haydn is de achtste van zijn twaalf Londense symfonieën. Hij schreef deze in opdracht van de impresario Johann Peter Salomon die een concertserie in de Hanover Square Rooms in Londen organiseerde. Het ging op 31/03/1794 in première samen met een kwartet van zijn hand en een vioolconcert van Viotti. Haydn leidde het orkest vanachter de fortepiano en Salomon was de concertmeester.

Toentertijd werd deze symfonie aangekondigd als “New Grand Overture”. Nadien kreeg de symfonie achtereenvolgens de namen “The Grand Overture with the Military Movement”, “the "Great Military Overture”en uiteindelijk in juli 1795 stond er zowel in Haydns dagboek als op een concertprogramma “Military Symphony”. Zoveel bijnamen als de 100e kreeg, nog meer versies heeft Haydn ervan nagelaten. Hij schreef arrangementen voor strijkkwartet, fluit met strijkkwartet en piano ad libitum, pianotrio (met strijkers), piano solo, pianoduet en een duet voor twee fluiten.

Het tweede militaire deel was thematisch geen origineel werk. Hij had eerder voor Koning Ferdinand de Vierde van Napels diverse werken geschreven voor diens lira organizzata. De Romance uit het derde concert voor de lira was de basis voor het twee deel.

Symfonie No. 10, Dmitri Sjostakovitsj (1906 – 1975)
Maar ik karakteriseerde Stalin muzikaal in mijn volgende symfonie, de tiende. Ik schreef deze direct na de dood van Stalin, maar niemand heeft tot nu toe geraden waar het over ging. Het gaat over Stalin en het Stalin-tijdperk.
Opmerking van Sjostakovitsj opgetekend door Solomon Volkov in het boek Testament (Свидетельство) en gepubliceerd in oktober 1979 naar aanleiding van gesprekken die hij voerde met Sjostakovitsj tussen 1971 en 1974. Aan de authenticiteit van de inhoud van dit boek wordt echter sterk getwijfeld.

1. Moderato
2. Allegro
3. Allegretto
4. Andante – Allegro

Er zat acht jaar tussen het afronden van de Negende en Tiende symfonie, meer tijd dan Sjostakovitsj nam tussen alle andere symfonieën. Waarschijnlijk is hij in 1946 of 1947 begonnen met componeren van zijn Tiende. De pianiste Tatyana Nikolayeva hoorde Sjostakovitisj al in 1951 het openingsthema spelen, maar het werk werd pas afgerond op 25 oktober 1953. Op die dag reisde hij samen met zijn protégé Mieczysław Weinberg naar Leningrad (Sint Petersburg) om het quatre-mains klavieruittreksel samen uit te voeren als try-out. Op 17 december bracht het Leningrads Philharmonisch Orkest (Sint Petersburgs Philharmonisch Orkest) onder leiding van Jevgeni Mravinski de première in Leningrad. Op 29 december volgde in Moskou de première aldaar door het Academisch Staats Symfonieorkest van de USSR (Academisch Staats Symfonieorkest van de Russische Federatie).

Hoewel bij beide premières de symfonie door het publiek goed ontvangen werd, waren de officiële kritieken omvloerst, mogelijk vanwege de moeizame relatie tussen Sjostakovitsj met het regime dat zich een maand na het overlijden van Stalin opnieuw moest positioneren. Door de afwezigheid van een programma en de complexiteit van het werk kon de symfonie niet als Sociaal Realistisch worden geduid. Tot in 1954 is er onder componisten discussie geweest over de positie van het werk. Het werd wel gewaardeerd, maar eveneens als te individualistisch geclassificeerd en kwam daardoor niet in aanmerking voor de Stalin Prijs.

Er wordt gespeculeerd dat het tweede deel een muzikale spotprent van Stalin is. In het derde deel klinkt voor het eerst het D(mitri) SCH(ostakovitsj)-thema (in het Duits vormen die letters de tonen D-Es-C-B), dat hij voor de Tiende spaarzaam in zijn muziek als handtekening gebruikt, maar vanaf de Tiende symfonie een prominentere positie geeft. Het DSCH-thema wordt afgewisseld met een E-La-Mi-Re-La motief in de hoorn. Dit is een muzikale representatie van Elmira Nazirova, een pianiste uit Bakoe (Azerbeidzjan) die eind veertiger jaren bij Sjostakovitsj had gestudeerd en met wie hij een intense correspondentie erop nahield tijdens het schrijven van zijn Tiende symfonie. In het vierde deel herklinkt het DSCH-thema nog regelmatig, waarover soms gesuggereerd wordt dat het de strijd aangaat met en een overwinning boekt op motieven die Jozef Stalin verklanken.


Kijk in de concertagenda voor meer informatie over de concerten.

'Gasten-inlogpagina' Naar boven Over de website