orkestfoto

Concerten

Programma`s

Concertprogramma`s / Archief 2012


Najaar 2012 - Samenwerking met kunstschilder Maya Wildevuur

Maya WildevuurAnton Arensky -Overture 'Droom op de Wolga'
JMichail Ippolitov-Ivanov-Kaukasische schetsen (Suite No. 1)
Modest Moessorgski-Schilderijen van een tentoonstelling

'Inspiratie door Inspiratie'

Maya Wildevuur schilderde tijdens de concerten met dit programma live. Dit was te volgen op een groot scherm. Ze liett zich hierbij inspireren door de werken die Der Aa op het podium aan het publiek liet horen.

Klik op het logo voor de website van Maya Wildevuur

Maya Wildevuur

De keuze hiervoor past erg goed bij deze drie werken gezien hun ontstaansgeschiedenis. Ten eerste worden zij gebonden door hun relatie met Rimsky-Korsakov: hij was een leraar van Arensky en Ippolitov-Ivanov en zijn klankbeeld sijpelt door hun beider werken heen. Bovendien was het Rimsky-Korsakov die gedurende zijn hele carrière de werken van Moessorgski meende te moeten verbeteren, zo ook Schilderijen op een tentoonstelling. Bovendien was het Rimsky-Korsakov die Ravel muzikaal had beïnvloed en zodoende dubbel invloed had op deze orkestratie.

Voor alle drie geldt ook dat ze zich hebben laten inspireren door hun omgeving. Arensky las het libretto van De Voyevoda van Ostrovsky en koos ervoor om er muziek bij te schrijven, aldus ontstond Droom op de Wolga. Ippolitov-Ivanov woonde een tijd lang in Tiblisi in Georgië en werd getroffen door de folklore van deze streek en haar eigen melodieën. Het was de basis voor zijn twee suites gevuld met Kaukasische Schetsen, waarvan Der Aa de eerste speelt. Moessorgski was een goede vriend van Hartmann en wilde diens schilderijen in muziek om te zetten. Dat roept de vraag of er iets van deze schilderijen van Hartmann weer terug te zien zal zijn in de schilderijen van Maya Wildevuur?

(Waar twee data worden genoemd in de verdere toelichtingen, is de tweede de datum volgens de toenmalig in Rusland gebruikte juliaanse kalender en de eerste datum volgens de gregoriaanse kalender die toen/nu in West-Europa en sinds 1918 ook in Rusland wordt gebruikt. De juliaanse kalender wordt nog steeds binnen sommige oosters- en orthodox katholieke kerken gebruikt.)

Ouverture uit Droom op de Wolga - Anton Stepanovitch Arensky

Novgorod, Rusland 12/07/1861 of 30/06/1861 - Terijoki, Finland 25/02/1906 of 12/02/1906

Arensky groeide op in een muzikaal gezin met een cello spelende vader en piano spelende moeder die hem pianoles gaf. In die tijd bleek hij erg getalenteerd: toen hij negen was had hij enkele liederen en pianowerken gecomponeerd zonder dat hij compositielessen had gehad. In 1879 ging hij compositie studeren aan het conservatorium van Sint-Petersburg bij Rimsky-Korsakov. Deze bleek achteraf kritisch over de prestaties van Arensky, zeggende: "hij kon in zijn jeugd niet ontsnappen aan mijn invloed; daarna kwam deze van Tsjaikovsky. Hij zal snel vergeten zijn". Dat zijn tijdgenoten daar nog niet van overtuigd waren, bleek bij afsluiting van zijn studie: hij werd in 1882 meteen docent Harmonie en Contrapunt aan het conservatorium van Moskou waar onder andere Scriabin en Rachmaninov zijn leerlingen waren, een positie die hij behield tot 1895. In deze periode in Moskou onderhield hij onder andere contact met Pjotr Iljitch Tsjaikovsky.

Tijdens die laatste periode, in januari 1891 of december 1890 ging de opera Droom op de Wolga in première in het Bolshoi Theater in Moskou. Van zijn drie opera's was alleen deze eerste opera succesvol. Hij was al in zijn studieperiode aan het Sint-Petersburgse conservatorium begonnen met het schrijven van dit werk. De opera is gebaseerd op een toneelstuk van Alexander Ostrovsky 'De Voyevoda'. Tsjaikovsky had al eens een poging gedaan om muziek te schrijven voor dit werk van Ostrovsky, hij was echter zelf zo ontevreden met zijn manuscript dat hij dit heeft weggegooid. Toen Arensky aan Tsjaikovski de pianoversie van zijn eigen operamuziek voorspeelde, was Tsjaikovski niet onder de indruk van Arensky's versie zo bleek uit een brief van Pjotr aan zijn broer Modest Tsjaikovsky. Zijn mening veranderde echter na het horen van de première van de Droom op de Wolga. Tsjaikovsky was ervan overtuigd dat het een van de beste Russische opera's was, vond de muziek erg elegant, maar herkende ook enige monotonie die hem deed herinneren aan Rimsky-Korsakov.

Kaukasische Schetsen, Eerste Suite - Michael Michailovich Ippolitov-Ivanov

Gatsjina 19/11/1859 of 07/11/1859 - Moskou 28/01/1935

Ivanov bracht zijn jeugd door in Gatsjina, nabij Sint-Petersburg. Pas op latere leeftijd heeft hij Ippolitov toegevoegd aan zijn achternaam. In 1875 begon hij compositie te studeren bij Rimsky-Korsakov aan het conservatorium van Sint-Petersburg, waar hij net als Arensky in 1882 afstudeerde. Nadien werd hij directeur van het conservatorium van Tiblisi in Georgië. 1893 werd hij aangesteld als docent aan het conservatorium van Moskou en was zodoende twee jaar een collega van Arensky. Ippolitov-Ivanov was tussen 1905 en 1924 zelfs directeur van dit instituut. Hij keerde toen voor een jaar terug naar het conservatorium van Tiblisi om dit te reorganiseren, waarna hij terug ging naar Moskou om dirigent te worden van het Bolshoi Theater.

In zijn tijd in Georgië heeft hij zich verdiept in de volksliederen en -wijsjes van de vele volkeren die in de Kaukasus wonen. Zijn interesse voor folklore in de muziek had hij meegekregen van zijn docent Rimsky-Korsakov. Hoewel Ippolitov-Ivanov zeven opera's, een symfonie, diverse orkest-, kamermuziekwerken en liederen heeft geschreven is hij behoorlijk onbekend gebleven. De grote uitzondering daarop is deze suite en dan vooral het vierde deel, die iedereen bekend in de oren zal klinken. Het eerste deel wordt gedragen door een continue puls die een tocht over de steile Kaukasische bergen moet uitdrukken. In het tweede deel is er een nadrukkelijke rol voor de althobo die ons moet herinneren aan de Zurna, een volkshobo die in die regio veel bespeeld wordt. Het instrument heeft een scherpe penetrante toon waarmee in de openlucht vaak volksmelodieën worden gespeeld. Het derde deel verwijst ernaar dat in de Kaukasus de islamitische cultuur met de vele moskeeën zeer zichtbaar was, immers de regio is lange tijd door de Ottomanen beheerst. De oproep door de Muezzin voor het gebed klinkt nog door in de muziek van dit deel. Het vierde deel verklankt de processie van de Sardar, een hoogwaardigheidsbekleder, die begeleid wordt door zijn gevolg.

Hij heeft het werk in 1894 geschreven, tijdens zijn tijd in Moskou. Hij heeft deze suite opgedragen aan I. Pitoéff, de toenmalige voorzitter van het Russische Muziekgenootschap in Tiblisi.

  • I. Op een bergpas. Allegro moderato - Moderato assai - Tempo I
  • II. In een dorp. Larghetto - Allegretto grazioso - Tempo I
  • III. In een moskee. Adagietto
  • IV. Processie van de Sardar. Allegro moderato. Tempo marziale

Schilderijen van een tentoonstelling of Schilderijententoonstelling - 1874/arr. 1886/ork. 1922

Componist: Modest Petrovich Moessorgski (Karevo 21/03/1839 of 09/03/1839 - Sint-Petersburg 28/03/1881 of 16/03/1881)

Arrangeur: Nikolai Andreyvich Rimsky-Korsakov (Tichvin 18/03/1884 of 06/03/1884 Loega 21/06/1908 of 08/06/1908)

Orkestrator: Maurice Ravel (Ciboure 07/03/1875 - Parijs 28/12/1937)

Inspirator: Victor Alexandrovitch Hartmann (Sint-Petersburg 05/05/1834 of 23/04/1834 - Kireyevo 04/08/1873 of 23/07/1873)

Hartmann was één van de beste vrienden van Moessorgski en Moessorgski was erg verdrietig toen Hartmann op 39jarige leeftijd plotseling overleed. Het verhaal gaat dat Moessorgski zich er schuldig over voelde dat hij tijdens een gezamenlijke wandeling, enkele weken voor Hartmanns dood, zijn vriend gerust had proberen te stellen toen die doodop tegen een muur had moeten uitrusten van deze inspanning. Een jaar later werden, ter nagedachtenis aan Hartmann, diens schilderijen tentoongesteld in de Academie voor Schone Kunsten.

Hoewel slechts weinig schilderijen van Hartmann de tand des tijds hebben overleefd, zal deze tentoonstelling één van de bekendste blijven dankzij Moessorgski's pianowerk Schilderijen op een tentoonstelling dat hij in 1874 schreef. Rimsky-Korsakov schreef veel bewerkingen van stukken van Moessorgski, Rimsky-Korsakov meende namelijk dat veel van de harmonieën en toonkleuren van Moessorgski onjuist of disharmonisch waren. De bewerking van Schilderijen op een tentoonstelling schreef Rimsky-Korsakov in 1886. Deze versie was de basis voor vele orkestraties waarvan de eerste door zijn eigen leerling Tushmalov rond 1890 werd geschreven.

In 1922 rondde Ravel zijn orkestratie af, meestal getypeerd door het lichte Franse karakter, onder andere door het gebruik van de saxofoon en een dunne strijkersklank. Ravel scheen er zelf een hekel aan te hebben als anderen zijn werken bewerkten, blijkbaar stond hem dat niet in de weg om ervoor te kiezen om één van de promenades (zie verderop) weg te laten uit zijn orkestratie. Overigens was hij niet de eerste die dit deed: Tushmalov opende zijn versie met de vijfde promenade en liet drie schilderijen en de overige vier promenades weg.

Niet alle schilderijen hebben op voornoemde tentoonstelling gehangen, sommige schilderijen had Moessorgski mogelijk elders gezien of zelf bedacht. Het deel Samuel Goldenberg en Schmuÿle is bijvoorbeeld gebaseerd op twee pentekeningen die Hartmann ooit aan Moessorgski cadeau had gedaan. Van Limoges, de markt en Il Vecchio Castello is onzeker of deze op schilderijen gebaseerd zijn. Cum Mortuis in Lingua Mortua is sowieso geen schilderij geweest, maar een verwerking van de dood van Hartmann. Tussen de schilderijen in horen we de promenades: ze hebben een onregelmatige maatsoort die de wandeling van een bezoeker tussen de verschillende schilderijen moet verklinken.

Promenade

De wandelingen tussen de schilderijen zijn gebaseerd op een Russisch thema, in modo russico. De 'promenade' is als leidmotief gebruikt en geeft eenheid aan de serie losse stukken.

Gnomus

Een kreupele gnoom die grotesk loopt. De titel verwijst naar een tekening van een speelgoednotenkraker die uitgesneden is in de vorm van een gnoom. De noot wordt gekraakt in een kop met twee enorme kaken, de handvatten vormen zijn lange benen. De gnoom heeft geen torso. De muziek is luguber, macaber met een slingerend ritme, dat de onhandige looppas van de gnoom op de handvat-benen symboliseert.

Promenade

Il vecchio castello

Een oud kasteel waar 's nachts een minstreel een Russisch lied zingt. Ravel gebruikte in zijn orkestratie uit 1922 een saxofoon voor de solostem, iets wat opzienbarend is, omdat de saxofoon in 1874 - een nog relatief jong instrument - nog geen deel uitmaakte van het symfonieorkest in die tijd. De begeleiding is sober in monotone kwinten, en symboliseert de draailier van de minstreel. Niet duidelijk wordt of het lied van de minstreel Italiaans of Russisch is.

Promenade

Tuilerieën

De geluiden van de spelende kinderen in de tuinen klinken in de muziek door. Eerst hoort men de jongens, dan de meisjes. Het ritme suggereert hun voortdurende gekwebbel en spel. De Tuilerieën is tegenwoordig een park in Parijs, nabij de plek waar een paleis met gelijke naam eerder met de grond gelijk werd gemaakt door revolutionairen.

Bydlo

Het thema is hier de draaiende zware wielen van de Poolse ossenwagen. Een sterk geaccentueerde puls is hoorbaar in de muziek (nabijkomend, en weer verdwijnend in de verte). In de orkestversie wordt het thema door een tuba vertolkt, hetgeen de domheid van de ossen onderstreept.

Promenade

Ballet van de kuikens in de dop

Een van de meest opvallende stukken: het kuikenballet. Hier hoor je de kuikens in de dop een ballet uitvoeren. Dit deel heeft iets absurdistisch en komisch en klinkt niet bijzonder Russisch. Moessorgski noteerde "Scherzino" (een klein 'scherzo') boven het werk.

Afbeelding kuikenballet

Schets voor de theaterkostuums voor het ballet Trilby

Verder valt op dat in de orkestversie de kuikens door klarinetten, fluiten en piccolo's worden gespeeld. In de pianoversie worden de kuikengeluiden met snelle en hoge voorslagjes voor staccato akkoordjes vertolkt.

Samuel Goldenberg en Schmuÿle

Een ruzie tussen een rijke en een arme Poolse jood (de namen zijn fictief).

Een rijke 'Jood met een keppel van huid', te Sandomirz en arme 'Jood uit Sandomirz'.

Een parodiestuk, waarin Joodse en Poolse thema's hoorbaar zijn.

Promenade

Ontbreekt in Ravels orkestratie.

Limoges, het marktplein

In dit stuk zijn de ruziënde marktvrouwen te horen op het marktplein van het Zuid-Franse stadje Limoges.

Catacombae (Sepulcrum Romanum)

De catacomben van Parijs worden verkend met een lamp. De Latijnse titel slaat op het feit dat in de Parijse catacomben ook Romeinse graven liggen en als typisch 'romantisch' ideaal wordt de oudheid zo opgeroepen met duistere thematiek.

De catalogus van de tentoonstelling ligt dit werk als volgt toe: Het interieur van de Parijse catacomben met Hartmann, de architect Kenel en de gids die een lamp draagt.

De orkestversie van Ravel onderstreept dit duistere door de scherpe maar donkere akkoorden uit te laten voeren door het lage koper en de contrabassen in te zetten. De hoge instrumenten en overige strijkers doen niet mee.

Cum mortuis in lingua mortua

De doden, de skeletten worden aangesproken met de lingua mortua: met de dode taal. Dit is weer een stukje 'promenade', waarin de luisteraar namijmert over het vorige schilderij. Het is een ode aan de net overleden Hartmann. Een halo van hoge zachte tremolo-tonen omstralen de donkere melodie.

De hut op kippenpoten (Baba-Yaga)

De hut van Baba-Yaga is een Russisch sprookje over een heks die in een hut op kippenpoten woont en die kinderen lokt om die op te eten.

Een klok met daarop de hut van Baba-Yaga op de kippenpoten in Russische stijl

Het is in een "A-B-A"-vorm geschreven en gaat over in het slotdeel.

De grote poort van Kiev

De poort die Hartmann had getekend voor een wedstrijd. Als deze echter gebouwd zou worden, zou hij meteen verzakken. Dit is het langste werk in de cyclus en bevat de climax. De Grote Poort van Kiev was een architectonisch ontwerp van Hartmann, dat echter nooit is gerealiseerd.

Het ontwerp voor 'De Grote Poort van Kiev' van Hartmann

Moessorgski verbeeldt een heilige processie met klaterende cimbalen, klokgelui (klokken ziet men veel weergegeven in Russische muziek) en zingende priesters. Naast het 'promenadethema' verschijnen twee Russische melodieën: een krachtige en een zachte hymne-achtige. Het einde klinkt groots en vol en onderstreept de Russische trots.


'Gasten-inlogpagina' Naar boven Over de website